Beëindiging van de samenleving

Beëindiging van de samenleving

In relatie tot de beëindiging van de samenleving is er niets wettelijk geregeld. Meestal is in de samenlevingsovereenkomst bepaald hoe de samenleving dient te worden beëindigd. Als jullie geen (notariële) samenlevingsovereenkomst hebben zijn de afspraken die jullie gezamenlijk maken rond de beëindiging van de samenleving bepalend. Deze leggen jullie daarna vast in een vaststellings- of ontbindingsovereenkomst. BFPA begeleidt het gehele juridische, financiële en fiscale traject bij de beëindiging van de samenleving. Gezamenlijk wordt er een stappenplan doorlopen. Is dat nu (nog) niet mogelijk? Individueel advies behoort natuurlijk ook tot de mogelijkheden. Het traject begint altijd met een vrijblijvend intakegesprek.

Prijsindicatie

Naar aanleiding van het intakegesprek volgt er eerst een dienstverleningsvoorstel inclusief prijsopgave. Je wilt uiteraard vooraf weten waar je financieel aan toe bent. BFPA werkt uitsluitend op basis van een “fixed price”. Geen onaangename verrassingen achteraf! Een tarief indicatie is lastig op voorhand te geven. Het tarief hangt af van de persoonlijke omstandigheden en de specifieke wensen. Meer weten? Neem contact op voor een vrijblijvend oriënterend gesprek.

Beëindiging van de samenleving, waar moet ik aan denken?

Bij de beëindiging van de samenleving komen de hierna volgende onderwerpen, ongeacht of er nu wel of geen samenlevingsovereenkomst is, aan de orde. Uiteraard voor zover deze op jullie situatie van toepassing zijn.

  1. De beëindigingsdatum van de samenleving en de peildatum voor de waardebepaling.
  2. De afspraken met betrekking tot de financiële en dagelijkse zorg voor, opvoeding van en omgang met de kinderen, het vastleggen van de afspraken in het ouderschapsplan.
  3. De aanpassing, of opstelling van testamenten.
  4. De eventuele vrijwillige afspraken rond alimentatie.
  5. De eventuele vrijwillige afspraken met betrekking tot pensioenverdeling.
  6. De vaststelling van de juridische eigendom van de goederen, privé- of gemeenschappelijk vermogen.
  7. De gezamenlijke huur- of eigenwoning.
  8. De vaststelling of taxatie van de waarde van de te verdelen, of verrekenen goederen.
  9. De bepaling van de eventuele vergoedingsrechten.
  10. De verdeling en toedeling van eventuele financiële producten zoals leningen, bankrekeningen, schade- en levensverzekeringen, lijfrente en pensioen, etc.

Stappenplan beëindiging van de samenleving

Voor zover van toepassing vormen de hierboven genoemde aandachtspunten het stappenplan van het beëindigingsproces. Het proces is onderverdeeld in drie fases:

  • Afspraken maken: het doorlopen van het stappenplan, onderling afspraken maken.
  • Afspraken vastleggen: opstellen en ondertekenen vaststellingsovereenkomst,
  • Afspraken uitvoeren: levering en passeren van de akte(s) bij de notaris indien van toepassing.

Hierna worden de 10 stappen van het stappenplan puntsgewijze toegelicht.

1. Beëindigingsdatum van de samenleving en peildatum waardebepaling

In de samenlevingsovereenkomst is meestal bepaald dat samenleving, door een van de partners, wordt beëindigd met een aangetekend schrijven. Dit heeft als voordeel dat de datum vast ligt. Vanaf deze datum is er geen gezamenlijke huishouding meer is. Wanneer in de samenlevingsovereenkomst sprake was van bepaalde gemeenschappelijke inkomsten, zijn deze vanaf de datum van opzegging weer privé. Is er samenlevingsovereenkomst? In dat geval is het verstandig om ook in dat geval de beëindiging schriftelijk per aangetekend schrijven te doen.

Peildatum waardebepaling

Deze is doorgaans gelijk aan de beëindigingsdatum. In onderling overleg kunnen hierover afwijkende afspraken gemaakt worden.

2. Kinderen

Wanneer er minderjarige kinderen zijn van jullie samen moeten er in ieder geval afspraken gemaakt worden over:

  • het hoofdverblijf,
  • de verzorging,
  • de opvoeding,
  • de omgang,
  • de kinderalimentatie,
  • de onderlinge informatie,
  • de gezamenlijke beslissingen.

Ouderschapsplan

Hebben jullie samen het ouderlijk gezag? In dat geval is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan op te stellen. Wanneer hebben jullie gezamenlijk gezag? De moeder heeft sowieso het ouderlijk gezag. De andere ouder heeft het gezag op voorwaarde dat deze

  1. het kind heeft erkend en
  2. samen met de moeder online, of schriftelijk, het gezamenlijk gezag heeft vastgelegd in het gezagsregister.

Gezag alsnog regelen

Wanneer dit nog niet is gebeurd kunnen erkenning en het regelen van het gezag ook bij het uit elkaar gaan. Hierover moeten jullie het wel eens zijn. Zijn jullie het hier niet over eens? In dat geval kan de andere ouder, wanneer de moeder geen toestemming geeft, de rechter om vervangende toestemming vragen zowel voor erkenning als ook voor het gezag.

3. Testamenten

Wanneer er testamenten zijn is het goed om deze aan de gewijzigde omstandigheden aan te passen. Hebben jullie geen testamenten? Dan is het nu misschien een goed moment om wél een testament op te maken. Zeker wanneer er minderjarige kinderen zijn is het goed om hierbij stil te staan. Zijn er kinderen en is er na de beëindiging van de samenleving geen testament? In dat geval erven de kinderen wanneer een van jullie overlijdt. Zonder testament betekent dit onder meer dat

  • de andere ouder het bewind over het vermogen van de minderjarige kinderen krijgt;
  • de andere ouder het ouderlijk vruchtgenot over het vermogen van de minderjarige kinderen krijgt;
  • de andere ouder (de enige) wettelijke erfgenaam is van het kind.

4. Alimentatie

Er bestaat geen recht op partneralimentatie. De verzorgingsplicht stopt op het moment dat de samenleving eindigt. Wel kunnen er onderling afspraken over partneralimentatie gemaakt worden. De partneralimentatie is dan, net zoals na echtscheiding, aftrekbaar voor degene die de alimentatie betaalt. Voor degene die de partneralimentatie ontvangt is deze belast.

Kinderalimentatie

De kinderalimentatie wordt forfaitair vastgesteld. Deze is ook verschuldigd wanneer er niet is erkend of wanneer er geen gezamenlijk gezag is. Dit geldt natuurlijk alleen voor de gezamenlijke kinderen.

5. Pensioenverdeling

Voor samenwonenden is er geen wettelijke plicht tot pensioenverdeling. Onderling kunnen daarover echter wel afspraken gemaakt worden. Misschien wonen jullie all heel lang samen en zijn jullie kort verwijderd van de pensioendatum. Dit kan aanleiding zijn om onderling afspraken over pensioenverdeling te maken. Hoe het voor gehuwden geregeld is lees je onder “Pensioen en scheiding“.

Bijzonder partnerpensioen

Het kan zo zijn dat jullie elkaar hebben aangewezen als partnerpensioengerechtigde. Is dit het geval? Dan kan er eventueel sprake zijn van een bijzonder partnerpensioen dat na het uit elkaar gaan doorloopt.

6. Gezamenlijk vermogen

Bepaald moet worden wat voor verdeling, of verrekening in aanmerking komt en wat privévermogen is. Wanneer niet kan worden aangetoond dat goederen tot het privévermogen behoren, worden deze geacht gemeenschappelijk te zijn. Dit geldt ook voor de saldi op bankrekeningen en dergelijken. Wanneer behoort een goed tot het privévermogen? Dit is het geval wanneer het door een van beiden voor meer dan 50% is betaalt uit privévermogen. Is het voor minder dan de helft betaalt uit privé? Dan is het goed gemeenschappelijk en er ontstaat mogelijk een vergoedingsrecht. Hierover verderop meer.

7. De gezamenlijke woning

Is het een huurwoning en  staat het huurcontract op naam van een van beiden, of is het een eigenwoning op naam van een van beiden? In dat geval staat het vast wie van beiden aanspraak op de woning kan maken. Staat de woning op beider naam, of is er sprake van een vergelijkbare situatie? In dat geval zal er in onderling overleg bepaald moeten worden wie er in de huurwoning mag blijven wonen. Is het een eigenwoning? Dan moet in onderling overleg bepaalt worden aan wie de woning wordt toebedeeld. In dat geval moet degene die verhuist worden uitgekocht. Komen jullie er niet uit? In dat geval zal de woning moeten worden verkocht. Voor jullie geldt feitelijk hetzelfde als bij scheiding. Je leest meer over de eigenwoning onder “Eigen woning en scheiding“.

8. Waardebepaling

In het geval van een eigenwoning ligt het voor de hand om de waarde op basis van een taxatie te laten vaststellen. Dit geldt ook voor bijzondere zaken zoals kunst en antiek. De eerder afgesproken peildatum is hierbij het uitgangspunt.

9. Vergoedingsrechten

Vergoedingsrechten ontstaan wanneer er privévermogen van de ene partner in het privévermogen van de ander is geïnvesteerd. Als voorbeeld: de woning staat op naam van een van jullie, maar de andere partner heeft uit privévermogen meebetaald aan een verbouwing. Dit leidt in principe tot een vergoedingsrecht ten laste van degene op wiens naam de woning staat. Nog een voorbeeld: een van jullie heeft een goed aangeschaft en heeft dit voor 60% betaald uit privévermogen en voor 40% uit gezamenlijk vermogen. Hierdoor behoort het goed tot het privévermogen van de partner die 60% van de aanschafwaarde heeft betaald (meer dan 50%). In dat geval heeft de gemeenschap in principe een vordering van 40% van de aanschafwaarde. Indirect leidt dit dan tot een vergoedingsrecht van 20% van de aanschafwaarde voor de andere partner.

Nominale vordering

De samenlevingsovereenkomst geeft meestal duidelijkheid hoe er met eventuele vergoedingsrechten omgegaan dient te worden. Is er geen samenlevingsovereenkomst? Wanneer er dan sprake is van een vergoedingsrecht, dan is dit een nominale vordering. Het vergoedingsrecht stijgt of daalt niet mee met de waarde van het goed waarin geïnvesteerd is.

10. De verdeling van financiële producten

Hierbij kan gedacht worden aan de verdeling van bank- en of beleggingsrekeningen, leningen, lijfrente- of levensverzekeringen, etc. Schadeverzekeringen volgen het verzekerd object. Vaak is de aansprakelijkheidsverzekering onderdeel van een pakketpolis. In dat geval moet de andere partner er aan denken dat deze een eigen verzekering moet afsluiten.

Belastingaangifte

Zijn jullie fiscaal partners? In het jaar van uit elkaar gaan kan het voordelig zijn om nog één keer gezamenlijk aangifte te doen. Dit is zeker het geval wanneer er sprake is van een gezamenlijk woning. Voor jullie geldt wat betreft de belastingaangifte hetzelfde als bij echtscheiding. Je leest hierover meer in het bericht “Belastingaangifte en scheiding“.