Pensioen en scheiding

Pensioen en scheiding

De wetgeving met betrekking tot pensioen en scheiding dateert uit 1995 en is aan modernisering toe. De nieuwe Wet pensioenverdeling bij scheiding (WPS) wordt naar verwacht in 2021 ingevoerd. In het bericht “Pensioenverdeling 2021” lees je meer over het wetsvoorstel en de belangrijkste verschillen met nu. Hierna een opsomming hoe pensioen en scheiding nu geregeld is, alsook welke knelpunten en keuzemogelijkheden er zijn. Juist voor 55plussers die scheiden is conversie in veel gevallen een interessante mogelijkheid. Je maakt dan de keuze om van de huidige standaardverdeling af te wijken. Je leest hierover meer in het bericht “Scheiden op latere leeftijd“.

Pensioen en scheiding, de huidige regelgeving

Onder de huidige wet is verevening van de pensioenaanspraken bij scheiding (VPS) het uitgangspunt. Daarnaast bestaat er bij scheiding aanspraak op het bijzonder partnerpensioen. Voor geregistreerd partners geldt hetzelfde als voor gehuwden. Voor samenwoners geldt dit niet. Wel kunnen samenwoners onderling afspraken maken over de verdeling van het pensioen.

Verevening ouderdomspensioen

De meeste toezeggingen onder een CAO, zijn salarisdiensttijd toezeggingen. Dit zijn toezeggingen waarbij de pensioenaanspraak in principe vaststaat. Over en weer bestaat er voor jullie recht op 50% van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. In onderling overleg kunnen jullie  hiervan afwijken. De wet biedt daartoe een drietal mogelijkheden:

  • afzien van verevening,
  • verevening van een ander percentage dan 50%,
  • conversie.

Verevening en premieregeling

Door het ontbreken van een wettelijke regeling zijn er in het geval van verevening en een premieregeling interpretatie mogelijkheden voor de uitvoerder. Bij een premieregeling of kapitaaltoezegging is niet de opgebouwde aanspraak het uitgangspunt, maar de tijdens het huwelijk opgebouwde waarde. In het geval van belegging is het uitgangspunt het aantal tijdens het huwelijk aangekochte beleggingseenheden. Je leest hier over meer in het bericht “beschikbare premieregeling en scheiding“.

Bijzonder partnerpensioen

Over en weer hebben jullie recht op het volledige voor de scheiding opgebouwde partnerpensioen. Ook hiervan kan in onderling overleg schriftelijk afgeweken worden. Ook voor samenwoners kan er sprake zijn van bijzonder partnerpensioen.

De praktijk

In de praktijk wordt er geen optimaal gebruik gemaakt van de mogelijkheden om van de wettelijke regeling af te wijken. Dit betekent dat, door beter gebruik te maken van de mogelijkheden, er in veel gevallen een meer passende oplossing gevonden zou kunnen worden. Het afzien van verevening komt van de mogelijkheden die er zijn in de praktijk het meest voor.

Wanneer er gekozen wordt voor afzien van pensioenverevening wordt dit in het convenant opgenomen. Het is verstandig om voor de duidelijkheid ook op te nemen waarom er wordt afgezien van verevening. Dit voorkomt onderlinge discussies achteraf en geeft ook duidelijkheid naar de fiscus wanneer dit in de toekomst nodig zou blijken. Ook dient er stilgestaan te worden bij de mogelijkheid van pensioenverrekening.

 

Naast verevening bestaat er op grond van jurisprudentie recht op pensioenverrekening. Verrekening komt erop neer dat de waarde van de pensioenaanspraken als vermogensbestanddeel verrekend worden. Pensioenverrekening is gebaseerd op een arrest van de Hoge Raad uit november 1981, dat nog steeds van kracht is. 

Volgens dat arrest valt de waarde van het pensioen in de gemeenschap. In het geval van huwelijksvoorwaarden op basis van koude uitsluiting, is verrekening niet aan de orde. 

Afzien van verevening en verrekening

Wanneer er van verevening wordt afgezien, dient er in het convenant ook afgezien te worden van verrekening. Dit behalve wanneer verrekening, eventueel met andere vermogensbestanddelen, juist de bedoeling is. 

Wanneer er bij scheiding wordt afgezien van verevening, dan is fiscaal gezien het risico van schenking aanwezig. Mocht de fiscus van mening zijn dat er sprake is van een schenking dan is er slechts een geringe vrijstelling van € 2.173,00 (2019). Over het meerdere is in dat geval schenkbelasting verschuldigd.

Wanneer er bij huwelijks- of partnerschapsvoorwaarden van verevening is afgezien is er geen sprake van schenking.

Het kan voorkomen dat verevening wordt uitgesloten omdat er uitruil plaats vindt met een ander vermogensbestanddeel. Als voorbeeld: "ik krijg het vakantiehuisje en jij houdt je pensioen". Dit behoort zeker tot de mogelijkheden. Wel moet er met de gevolgen voor de inkomstenbelasting rekening gehouden worden. Gebeurt dit niet dan kan dit verstrekkende gevolgen hebben achteraf.

De mogelijkheid om van het wettelijk recht op bijzonder partnerpensioen af te wijken, komt in de praktijk niet of nauwelijks voor.

Nadelen standaard pensioenverevening

Het belangrijkste nadeel dat aan pensioenverevening kleeft, is het gegeven dat je als ex partners van elkaar afhankelijk blijft. Zoals gezegd, de mogelijkheid bestaat om van de wettelijke verevening af te wijken. Onderstaand de belangrijkste onderlinge afhankelijkheden en de bijbehorende gevolgen als ook de mogelijke oplossingen op een rij.

Wettelijke verevening op basis van 50% over en weer

Hierbij blijft de afhankelijkheid van de wederzijdse pensioendata bestaan.  De verwijderdheid van de onderlinge pensioendata heeft nadelige financiële gevolgen voor een van beiden. Het beste kan dit geïllustreerd worden aan de hand van een tweetal voorbeelden.

 

In de onderstaande situatie komt het hoogste (te verevenen) pensioen als eerste tot uitkering. Onderstaand een weergave van het gevolg wanneer de wettelijke 50% verevening wordt toegepast. In het voorbeeld is ervan uitgegaan, dat beiden pensioen opbouwen. In het geval dat slechts een van beiden pensioen heeft opgebouwd doet hetzelfde probleem zich voor op basis van het leeftijdsverschil. Uitgangspunten:

  Oudste partner Jongste partner
Leeftijd 45 40
Pensioendatum 1-1-2042 1-1-2047
Opbouw in huwelijksperiode € 11.405,00 € 6.420,00
Te verevenen pensioen 50% € 5.702,50 € 3.210,00

Op basis van de uitgangspunten in de bovenstaande tabel moet de oudste 5 jaar wachten tot het te verevenen pensioen van de jongste van € 3.210,00 op jaarbasis tot uitkering komt.

Het te verevenen pensioen van de oudste van € 5.702,50 per jaar gaat voor de jongste vijf jaar voor de eigen pensioendatum in.

Conclusie:

In de eerste vijf jaar van het pensioen komt de oudste 5 x € 3.210,00 (te verevenen deel jongste) = € 16.050,00 te kort. Om deze ongelijke situatie te voorkomen zijn er een tweetal oplossingen:

  • een van 50% afwijkend percentage afspreken, of
  • conversie.

Uitgangspunt voor het afwijkende percentage is het verevenen van het verschil. Op basis van 50% bedraagt het te verevenen pensioen van de oudste partner € 5.702,50 en van de jongste partner € 3.210,00. Het verschil hiertussen bedraagt € 2.492,50. De oudste partner bouwt tijdens het huwelijk € 11.405,00 op.

  • Uitgaande van het verschil bedraagt het afwijkende vereveningspercentage € 2.492,50 / € 11.405,00 = 21,85% ten laste van de opbouw van de oudste.
  • Wat de opbouw van de jongste partner betreft, wordt afgezien van verevening. De jongste behoudt het volledige opgebouwde pensioen.

Door het afwijkend percentage is het pensioen voor de oudste direct bij ingang € 3.210,00 op jaarbasis hoger. Hierdoor wordt het tekort voor de oudste ondervangen. Voor de jongste wordt het deel dat vijf jaar voor de pensioendatum tot uitkering komt met een zelfde bedrag verlaagd van € 5.702,50 naar € 2.492,50.

De omgekeerde situatie

In dit voorbeeld bouwt de jongste partner het hoogste pensioen op tijdens het huwelijk.

  Oudste partner Jongste partner
Leeftijd 45 40
Pensioendatum 1-1-2042 1-1-2047
Opbouw in huwelijksperiode € 6.420,00 € 11.405,00
Te verevenen pensioen 50% € 3.210,00 € 5.702,50

In deze situatie komt de oudste in de eerste vijf jaar van het pensioen € 5.702,50 (vereveningsdeel jongste) x 5 = € 28.512,50 tekort. Dit tekort kan verzacht worden door voor de oudste af te zien van verevening. Hierdoor wordt het inkomen van de oudste direct bij ingang van het pensioen € 3.210,00 hoger. Het tekort bedraagt in dat geval nog € 5.702,50 - € 3.210,00 = € 2.492,50. Het tekort in de eerste vijf jaar wordt daarmee teruggebracht tot € 2.492,50 * 5 = € 12.462,50. Ook in deze situatie bedraagt het vereveningspercentage 21,8%. Vanaf de pensioendatum van de jongste, neemt het pensioen van de oudste met € 2.492,50 toe.

Conclusie en alternatieven

Binnen de mogelijkheden die de wet biedt kan het tekort in deze situatie op basis van conversie worden weggenomen. Conversie is echter niet altijd mogelijk, of wenselijk. Een andere mogelijkheid is het compenseren van het te kort in deze situatie door middel van een lijfrente. Dat kan op basis van de toedeling van een bestaande lijfrente, of door middel van een koopsom.

 

Wanneer gekozen wordt voor een afwijkend percentage moet de uitvoerder daarvan schriftelijk in kennis gesteld worden. Het afwijkende percentage dient dus vooraf vastgesteld te worden. Om dit te kunnen doen moet de pensioenopbouw tijdens het huwelijk vastgesteld te worden. Hierin schuilt een probleem:

  • in het UPO (universeel pensioenoverzicht) staat het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen niet,
  • online op mijn pensioenoverzicht staat dit evenmin,
  • zonder dit gegeven kan het afwijkende vereveningspercentage niet bepaald worden en aan de uitvoerder doorgegeven worden,
  • er zijn ICT informatie tools ontwikkeld, die op basis van de gegevens in "mijnpensioenoverzicht.nl", de opbouw tijdens het huwelijk kunnen berekenen.

De vaststelling van de opbouw tijdens het huwelijk en het afwijkend percentage, maken onderdeel uit van de pensioenrapportage als onderdeel van de begeleiding door BFPA. Dit geldt ook voor de vaststelling van de eventueel benodigde lijfrente wanneer er, na toepassing van een afwijkend percentage, nog steeds een tijdelijk pensioen tekort is.

Een andere mogelijkheid om de nadelige gevolgen van het leeftijdsverschil weg te nemen is conversie. In het geval van conversie, wordt de waarde van het te verevenen pensioen, tezamen met de waarde van het bijzonder partnerpensioen, omgezet naar een zelfstandige aanspraak. Dit heeft de volgende voordelen:

  • geen onderlinge afhankelijkheid meer,
  • zelfstandig gebruik kunnen maken van de wettelijke mogelijkheden, zoals
  • uitruil ouderdomspensioen voor partnerpensioen voor de nieuwe partner,
  • het uitstellen of vervroegen van het pensioen,
  • de keuze voor een eerst hoger en daarna lager pensioen, of een eerst lager en daarna hoger pensioen,
  • de keuze voor een variabel pensioen op basis van het door beleggen van het pensioen1).

1)  Dit laatste is alleen mogelijk in het geval van een premieregeling, of kapitaaltoezegging.

De nadelen van conversie zijn;

  • er is geen bijzonder partnerpensioen meer bij overlijden,
  • bij overlijden van de conversiegerechtigde voor of na de pensioendatum, wast het pensioen niet aan bij de conversieplichtige partner. Bij pensioenverevening is dit wél het geval.

Medewerking uitvoerder

De uitvoerder hoeft onder de huidige regelgeving geen medewerking te verlenen aan conversie. Vanaf 2021 is conversie het wettelijk uitgangspunt.

Als de uitvoerder medewerking wil verlenen aan de conversie moeten er berekeningen worden uitgevoerd. Het doorrekenen en inzichtelijk maken van de uitkomsten van conversie, maakt standaard onderdeel uit van de begeleiding door BFPA.

Wel of geen conversie

Wel of geen conversie is dus afhankelijk van de medewerking van de uitvoerder. Daarnaast spelen de persoonlijke omstandigheden, wensen en voorkeuren van jullie een belangrijke rol bij het maken van de keuze. Op basis van de BFPA pensioenrapportage als onderdeel van de volledige begeleiding kan een gemotiveerde keuze gemaakt worden.

In het geval van verevening van het pensioen in plaats van conversie, vergroten de wettelijke keuzemogelijkheden de onderlinge afhankelijkheid.

Ook na toepassing van een afwijkend vereveningspercentage blijft de onderlinge afhankelijkheid bestaan. De onderstaande wettelijke keuzemogelijkheden vergroten dit zelfs! Jullie hebben elkaars toestemming niet nodig om van deze wettelijke keuzemogelijkheden gebruik te maken. De keuzes van de ene partner hebben invloed op het pensioen van de andere partner. Dit betreft de ingangsdatum van het pensioen en/of de hoogte van het pensioen. Jullie gaan dus ongevraagd, en in het ergste geval niet tijdig geïnformeerd, mee in de keuze van de ander.

Het gaat hier om de volgende wettelijke keuzemogelijkheden:

  • het uitstellen of vervroegen van het pensioen, waarbij uitstel tot verhoging van het pensioen leidt en vervroegen tot verlaging van het pensioen leidt,
  • de keuze voor een eerst hoger en daarna lager pensioen, of een eerst lager en daarna hoger pensioen, eventueel in combinatie met uitstellen of vervroegen,
  • de keuze voor een variabel pensioen op basis van het door beleggen (volledig risicodragend) van het pensioen1). Dit eventueel in combinatie met uitstellen, of vervroegen, of eerst hoger en daarna lager. Er kan met dezelfde variabelen ook gekozen worden voor een deel vast en een deel variabel.

1)  Dit laatste is alleen mogelijk in het geval van een premieregeling, of kapitaaltoezegging.

Om de onderlinge afhankelijkheid volledig weg te nemen is conversie de enige mogelijkheid.

Pensioenrapportage

Het rapport “Pensioen en scheiding” is een vast onderdeel van de begeleiding van de scheidingsprocedure door BFPA. Op basis hiervan kunnen goed doordachte keuzes gemaakt worden. Wordt de begeleiding door een andere partij verzorgd? In dat geval is een op zich staande pensioenrapportage uiteraard mogelijk. Je leest meer hierover onder “Professionals service“. Daarnaast kan BFPA de belastingaangifte verzorgen. Lees ook “Belastingaangifte en scheiding“.